CIAP
Vereniging voor Actuele Kunst

Adres
Lombaardstraat 23
B-3500 Hasselt
+32 (0)11 22 53 21
info@ciap.be

Openingsuren
WO tot VR van 11 tot 18 uur
ZA en ZO van 13 tot 17 uur
MA en DI gesloten

Schrijf je in op de nieuwsbrief

Werelden tonen

auteur: Marc Van den Bossche
tentoonstelling: Hidden / Conflict

Vragen of kunst de wereld kan redden is even voorbijgestreefd als vragen of die wereld überhaupt kan gered worden. Vervolgens valt veel te zeggen over wat kunst dan wél in of mét de wereld doet. Een aspect dat in deze tentoonstelling op eminente wijze naar voren komt en dat ons vol in het gezicht raakt, is dat van de confrontatie met wat de ‘marge’ heet. Kunst toont ons hier een wereld die niet de ‘onze’ is. Niet de ‘normale’ wereld. Het is een wereld waar we graag van wegkijken. De kunstenaars hier, dwingen onze blik in de richting van wat ons een beetje unheimlich stemt: een wereld waar niemand vrijwillig wil vertoeven.

De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben heeft het in zijn werk over de homo sacer. Om dat begrip te duiden, gaat hij uit van het onderscheid dat in het oude Griekenland werd gemaakt tussen zoë en bios. Het eerste is het naakte leven, het tweede het leven dat al is opgenomen in een politieke cultuur. Dat naakte leven kunnen we in principe niet meer kennen. Het gaat in zeker zin over een oerversie van de mens in préculturele tijden. Zodra er cultuur is, zodra een politiek samenleven vorm krijgt, moeten we het hebben over bios.
In onze hedendaagse samenleving stellen we echter vast dat een aantal categorieën van mensen dit politieke leven geweigerd wordt. Dat kan gaan om vluchtelingen of asielzoekers. In de kunstwerken die we in deze tentoonstelling zien, gaat het vooral om geïnterneerden en gedetineerden.
De term homo sacer stamt uit het oude Romeinse recht en verwijst naar iemand die uit de samenleving was verbannen en zo van elke vorm van recht werd uitgesloten. Om die reden kon dergelijk individu door iedereen straffeloos gedood worden. Aan de hand van dit begrip wil Agamben onze hedendaagse politieke constellatie duiden. Homo sacer is nu de mens die niet toegelaten wordt tot de bios, maar ook geen zoë meer is. Vluchtelingen of gedetineerden worden uitgesloten, maar op een controleerbare manier. Het gaat om uitsluiting en insluiting in één beweging, altijd met de bedoeling hen niet te laten ontsnappen aan de blik van de macht.  

We zien hier enkele contemporaine kunstenaars aan het werk. Uiteraard zijn ze contemporain zal u zeggen, wat kunnen we ons anders voorstellen bij kunstenaars die anno 2013 werkzaam zijn? Staat u mij toe daar via een complexe omweg op te antwoorden. Alle hier aanwezige kunstenaars zijn contemporain omdat ze oneigentijds zijn, unzeitgemäss.
Dat begrip van het Unzeitgemässe werd ontwikkeld door Friedrich Nietzsche. Hij wil actueel en contemporain zijn en poogt dat te doen via een beweging van ontkoppeling en verschuiving. Waarom dat soort van onthechting? Waarom zich losmaken van het heden? Wel: om het meteen scherper te kunnen vatten. Je kan er niet aan ontkomen vanuit je tijd te denken. Je kan wel voor die verschuiving zorgen door een stap verder te zetten dan de vigerende grenzen. Die van de normaliteit bijvoorbeeld. Wie echt tot haar/zijn tijd wil behoren, wie werkelijk contemporain is, die zal er zich voor hoeden plompweg met haar tijd samen te vallen. In die zin zou z/hij uiteraard niet actueel zijn, niet eigentijds. Maar net dankzij deze afwijking en dit anachronisme, is hij meer dan anderen in staat z’n tijd waar te nemen en te doorgronden. Contemporaniteit is dus een bijzondere verhouding tot het heden, die bestaat uit tegelijkertijd vasthouden aan en afstand nemen tot. Het gaat voor Agamben om het vasthouden van de eigen tijd door middel van verschuiving en anachronisme. We kunnen bijvoorbeeld eens gaan kijken naar wie en wat we naar de marge verdringen en vandaaruit de zogeheten ‘normaliteit’ bekijken. En hoe geciviliseerd die dan nog is.
Die waarneming, dat ervaren van de actualiteit wil ik graag als een esthetisch denken omschrijven. Aisthèsis betekent waarneming en ervaring, in zeer ruime zin. Ik denk echter dat dit al meteen niet volstaat in het actuele tijdsgewricht. Esthetisering is immers ook één van de hoofdtrekken van onze consumptiejachtige maatschappij. Een actueel esthetisch denken zou ook oog moeten hebben voor het anesthetische. Wat doet anesthesie? Zij onttrekt iets aan de waarneming, sluit het buiten onze gangbare ervaringspatronen.
Terwijl esthetiek het ervaren sterk maakt, thematiseert anesthetiek de ervaringsloosheid - in de zin van een verlies, een belemmering of de onmogelijkheid van sensibiliteit, en dit op alle niveaus: van de fysieke afgestomptheid tot de geestelijke blindheid. Een esthetiek die het anesthetische beklemtoont, wordt zo een school van de alteriteit, van een anders leren zien, waarnemen en voelen. Precies daar waar de maatschappij gevoelloos is geworden en de waarneming heeft verengd, kan de esthetische waarneming haar noodzakelijkheid tonen. Het is op deze wijze dat de esthetiek de grenzen van de kunst overschrijdt: daar waar de pluraliteit van de werkelijkheid bedreigd wordt door uniformerende krachten wordt esthetiek relevant als datgene dat recht doet aan de heterogeniteit. Wat betekent: aan datgene wat geanesthetiseerd dreigt te worden of het al is.

In zijn bundel Profanations heeft Agamben het over de fotografie als getuige van het ‘Laatste Oordeel’. Laten we dat opentrekken naar alle kunstwerken die we hier zien. Ze stellen de wereld voor zoals die verschijnt op de laatste dag, de dag van de Toorn.
Dit ziet Agamben al van bij het begin van de fotografie aanwezig. Hij verwijst naar het beroemde daguerrotype Boulevard du Temple, dat kan beschouwd worden als de eerste foto waarop een menselijke figuur verschijnt. De zilveren plaat representeert de genoemde boulevard, zoals Dauguerre die zag vanuit het venster van zijn studio op een druk moment, midden op de dag. Op dat ogenblik loopt die boulevard vol met mensen, maar omdat camera’s uit die periode een zeer lange openingstijd nodig hadden, werd van die bewegingen niets geregistreerd. Niets, behalve dus die ene figuur, een tenger zwart silhouet, op het voetpad. Het was een man die was gestopt om zijn schoenen te laten poetsen en die daarom een hele tijd had moeten stilstaan.
Agamben zegt dan dat hij nooit een beter en adequater beeld had kunnen bedenken voor het Laatste Oordeel. De massa mensen, zelfs de gehele mensheid, is er aanwezig, maar blijft onzichtbaar. Het oordeel betreft enkel die ene persoon, dat ene leven; dàt leven en geen ander. Bekijk nu zo de leven in de hier gepresenteerde kunstwerken. Die levens zijn er uitgepikt door de engel van het Laatste Oordeel, die ook de engel is van de fotografie. In laatste instantie wordt elk mens uiteindelijk overgeleverd aan haar of zijn meest alledaagse gestes. Die geste wordt dan beladen met het gewicht van een geheel leven. Van dat leven is de kunstenaar getuige. Dat leven legt z/hij vast en getuigt ervan. De betekenis van een heel leven krijgt hier vorm.

Er is hier echter meer aan de hand met wat we hier zien. De afgebeelde mensen lijken een zekere urgentie uit te drukken: ze vragen iets van ons. Dit begrip van de urgentie is belangrijk voor Agamben en mag ook niet verward worden met iets als een feitelijke noodzaak. Zelfs als de gefotografeerde of geschilderde persoon er niet meer zou zijn, zelfs als z/hij volledig uit het geheugen zou gewist zijn, dan nog blijft die urgentie bestaan. Deze persoon, dit gelaat vraagt naar een naam, vraagt niet vergeten te worden.
Hoor dan nu dit citaat uit Agambens Naaktheden: ‘Slechts hij kan zich contemporain noemen die zich niet laat verblinden door de lichten van de eeuw en erin slaagt in hen een glimp op te vangen van de schaduw, van hun intieme duisternis’. En verder: ‘Contemporain is hij die het duister van zijn tijd waarneemt als iets dat hem aangaat en niet ophoudt hem aan te spreken, iets dat, meer dan welk licht ook, zich direct en uitsluitend tot hem richt. Contemporain is hij die vol in het gezicht geraakt wordt door de bundel van duisternis die zijn tijd uitstraalt’.

De hier verzamelde kunstenaars maken met hun beelden de naamlozen tot persoon. Ze verlenen hen een identiteit. Dat wil zeggen: ze verschaffen hen een masker. Een masker? Ik verklaar.
Agamben diept hier een bijzonder fraai stukje hermeneutiek op. Het Latijn voor ‘persoon’, persona, betekende oorspronkelijk ‘masker’. Door middel van een masker kon een individu zich een sociale rol en identiteit verwerven. In het oude Rome werd elk individu geïdentificeerd door een naam die het toebehoren tot een gens of geslacht uitdrukte. Dit werd dan weer bepaald door het voorvaderlijke wassen masker dat elke patricische familie bewaarde in het atrium van het eigen huis. Deze initiële betekenis van ‘persoon’ of ‘persoonlijkheid’ kreeg doorheen de geschiedenis nieuwe betekenissen toebedeeld. Die van rechtspersoon bijvoorbeeld. Of het ging om de politieke waardigheid van de vrije burger. Slaven in het oude Rome kregen geen masker, zelfs geen naam, dus uiteraard ook geen persoonlijkheid.

De kunst die we hier zien legt daarvan getuigenis af. Ze ondervraagt ons echter tegelijkertijd. De vraag die zij stelt luidt: van wat, van wie en voor wie wordt er getuigenis afgelegd? De getuige, in casu de kunstenaar, is altijd singulier, onvervangbaar, uniek. Maar om te kùnnen getuigen, heeft hij zich tot de wereld te richten, tot een universaliteit. Daar zal hij getuigen van een verborgen facet van de condition humaine. Hij getuigt van een anders onbesproken gelaten waarheid. De kunstenaars hier zijn de singuliere getuige geweest van een duisternis die hij nu in de openbaarheid wil laten oplichten. Ze laten iets opklinken uit de vergeetput van de maatschappij. Zij laten de marge aan het woord. En die marge zegt heel veel over wat het grote speelveld is van de normaliteit. Van datgene wat wij als evident beschouwen. Kunst stelt evidenties in vraag.
Om nu terug te keren naar het begin van dit korte essay: kunst kan de wereld niet redden. Ze kan ons wel een wereld tonen, een wereld waar we doorgaans van wegkijken of waar we aan voorbijlopen. Bijvoorbeeld door ons vol in het gezicht te raken met de bundels van duisternis die onze tijd uitstraalt.


Marc Van den Bossche
Filosoof – Vrije Universiteit Brussel